Spreken is zilver..

Vlak voor de zomervakantie publiceerde de Rotterdamse Rekenkamer een onderzoek over de stadswachten. Een gedegen onderzoek, waarin de Rekenkamer gedurende langere tijd stadswachten observeerde en zelfs mountainbiketrainingen volgde om de sfeer van de opleiding te proeven. In de slotrapportage constateert de Rekenkamer, dat de stadswachter onvoldoende communicatieve vaardigheden heeft om meer te doen dan parkeerboetes uitschrijven. De kranten berichten vervolgens dat Rotterdam ‘laffe stadswachten’ heeft die ‘niet kunnen communiceren’. Dan zijn de poppen aan het dansen. Burgermeester Aboutaleb spreekt van ‘een slecht rapport’.

De vraag die mij bekruipt is wie schiet hier nu wat mee op? Er is geen grote dosis mensenkennis nodig om te begrijpen dat de stadswachters niet blij zijn met de conclusie ‘onvoldoende communicatieve vaardigheden’. We mogen dus veronderstellen dat de Rekenkamer niet over een nacht ijs ging met dit oordeel. Toch zet ik vraagtekens bij de wijze waarop de bevindingen voor het voetlicht zijn gebracht. Stadswachters hebben een publieke functie en moeten in soms moeilijke situaties de straat op om hun werk te verrichten. De Rekenkamer maakt de stadswachters met deze conclusie kwetsbaar. En de stadswachters hebben, zo constateert de Rekenkamer ook in haar rapport, te maken met een slecht imago. Ook hieraan geeft het rapport in ieder geval geen positieve impuls. Daarmee lijkt het uitgesloten dat het rapport een boost teweegbrengt om verbeteringen te realiseren. Kortom, de Rekenkamer heeft haar plicht gedaan door publiekelijk het oordeel te vellen, maar de gemeente staat op de barricade en het imago van de stadswachters heeft een nieuwe deuk.

Kan het nu niet anders? Klaarblijkelijk hebben de onderzoekers tijdens de observaties een onderbuikgevoel gekregen over de wijze van communiceren. Als een rekenkamer op belangrijke onderzoeksbevindingen stuit, maar het is te verwachten dat die de onderzochte partij zullen schaden, dan kan een rekenkamer kiezen uit verschillende strategieën.

– De enge definitie van publieke verantwoording laten prevaleren. Dit betekent dus dat een rekenkamer alle bevindingen publiekelijk presenteert, zonder zich te laten leiden door de vraag of zij hiermee schade berokkent en of een impuls geeft aan verbeteringen.

– Zoeken naar zorgvuldigere bewoordingen in het rapport. Een beproefde methode hiervoor is ‘storytelling’. Hiermee kan een rekenkamer de bevinding uit de oordelende sfeer halen en presenteren als het verhaal van bijvoorbeeld de stadswachter of de clustermanager. Opvallend genoeg staat namelijk in de subconclusie van het onderzoek dat de clustermanagers stellen dat ‘de meeste stadswachters het niet in de vingers hebben om gesprekken aan te gaan met jongeren of om op te treden tegen hondenpoep’. Uit de hoofdconclusie blijkt echter niet dat dit een uitspraak van de clustermanagers is. De rekenkamer koppelt het gebrek aan communicatieve vaardigheden nu rechtstreeks aan het aantal bonnen voor betaald parkeren. Elke nuancering over mogelijke andere variabelen, die van invloed zijn op het aantal parkeerboetes, ontbreekt. Storytelling van de clustermanager had hier uitkomst kunnen bieden.

– Het punt onder de radar bij het college en de raad aankaarten. Op die wijze toont de rekenkamer gevoel voor lastige situaties waarmee de gemeente te maken heeft en de bereidheid om mee te denken over oplossingen. De suggestie bijvoorbeeld dat een stadswachter over onvoldoende communicatieve vaardigheden beschikt als die niet op een hanggroep van 15 opgeschoten jongeren afstapt, is dermate ongelukkig dat dit een oplossingsrichting in de weg staat. Immers, zelfs de meest ervaren jongerenwerkers doen dit werk met het klamme zweet in de handen.

Rekenkamers hebben een podium en zeker de Rotterdamse Rekenkamer. Met dit podium moet wel zorgvuldig omgesprongen worden. Graag haal ik het blog van Rob Velders aan die aangeeft dat publieke verantwoording steeds vaker ‘naming and shaming’ wordt genoemd. De zure reactie van Aboutaleb op het onderzoek, lijkt me niet meer dan terecht. Aboutaleb kan niet anders dan opkomen voor zijn mensen. Het zou een dolk in de rug van de stadswachters zijn als hij de conclusies van dit rapport zou onderschrijven. Rekenkamers moeten hier oog voor hebben bij het presenteren van hun bevindingen. Want als zij het podium niet goed gebruiken, dan hebben we louter verliezers.

Deze blog staat ook op passie voor publieke verantwoording

Dit bericht is geplaatst in Outside-in onderzoek, Rekenkamers en rekenkamercommissies met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *