Les 1: De eer van de stand

Met stijgende verbazing lees ik de berichtgeving over voormalig-accountant Ten Wolde, die 9 juli jl.  van de Accountantskamer de predicaten ondeskundig, onzorgvuldig en onprofessioneel opgeplakt kreeg. Deze twijfelachtige eer viel hem ten deel vanwege het onderzoek dat hij onder de vlag van BING verrichtte naar de ‘Wassenaarse seksrel’. De Accountantskamer is niet mals in haar kritiek op het onderzoek. Het liefst hadden ze de accountant in kwestie geschorst, maar die voelde de bui blijkbaar al hangen en schreef zichzelf uit het register uit. Hierdoor behoorde slechts een berisping nog tot de mogelijkheden van de Accountantskamer.

Tot zover alles wat u ook in de krant kon lezen. Waar mijn verontwaardiging begint is de reactie van Ten Wolde op zijn veroordeling. In het Financieel Dagblad van 9 juli laat Ten Wolde optekenen dat hij het onjuist vindt dat de Accountantskamer de gedragsregels van accountants van toepassing acht in deze zaak. “Dit onderzoek heeft niets te maken met accountancy en het correct optellen en aftrekken van getallen’, aldus Ten Wolde.

Waar was Ten Wolde tijdens de introductiedagen van de accountancy opleiding van (voorheen) het NIVRA? Plassen? Laat ik u maar niet vermoeien met de nieuwe gedrags- en beroepsregels voor accountants die sinds 1 januari 2007 van kracht zijn. Zelfs van de oude beroepsregels –waaronder Ten Wolde toch circa 30 jaar diende- heeft hij klaarblijkelijk weinig kaas gegeten. Les nummer 1 is dat iedere accountant niets doet wat ‘de eer van de stand der accountants kan schaden’. In normaal Nederlands betekent dit dat iedere accountant de plicht heeft om geen dingen te doen waarvan de accountant weet of behoort te weten dat hij hiermee het beroep schaadt. Ondeskundig, onzorgvuldig en onprofessioneel te werk gaan, draagt bepaald niet bij aan het vertrouwen dat mensen hebben in accountants.

Het is weinig relevant of het in diskrediet brengen plaats vindt bij het ‘correct optellen en aftrekken van getallen’ of bij het ‘concluderen dat een wethouder met 99,5% zekerheid een uitspraak niet heeft gedaan’. Het gaat er immers om dat een accountant, en zeker als deze zich ook profileert als accountant, bij zijn beroepsuitoefening het accountantsberoep geen schade toebrengt. Ten Wolde doet net alsof deze fundamentele basisregel niet zou gelden voor een integriteitsonderzoek. Als hij kans van slagen had willen maken met deze stellingname, had hij er beter aan gedaan zijn accountantstitels uit het rapport weg te halen en zeker geen woorden als ‘met 99,5% zekerheid’ in de mond te nemen. Immers, dat is toch waartoe accountants op aarde zijn? Om zekerheid toe te voegen aan uitspraken (in vaktermen ook wel ‘beweringen’ genoemd) van het object van onderzoek? Hij maakt zich bekend als accountant en dus is de tuchtrechtspraak van toepassing. Les nummer 1 lijkt me!

Om mijn verontwaardiging compleet te maken, lees ik in het NRC van 10 juli dat deze ‘accountant’ de ‘vertrouwenspersoon integriteit’ was van de beroepsorganisatie van de accountants, de NBA. Eind 2012 verzocht de NBA hem die functie op te geven na een klachtenregen. Een verzoek van het NBA? Pardon! Typisch een gevalletje van ‘bij de loodgieter thuis lekt de kraan’. Als de zaak niet zo ernstig was zou ik hier om gniffelen. Het is diep treurig. Ik durf te stellen dat het NBA een ‘vertrouwenspersoon integriteit’ had die les nummer 1 van het accountantsberoep niet kent en erkent. Met 99,5% zekerheid zelfs.

Dit bericht is geplaatst in Accountancy met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *