De grootboekstoel en ik

En daar zat ik dan, een accountant met gevoel voor historisch besef, op de Grootboekstoel van de Algemene Rekenkamer. De stoel waar de ‘accountant’ van de staat der Nederlanden zo’n 200 jaar geleden de boeken controleerde. De geur van stoffige dossiers en muf lederen meubilair kon ik bijna ruiken.

Eline op grootboekstoel

De NVRR en de AR hebben een werkconferentie (13 september 2012) georganiseerd vol met de nieuwste snufjes: speeddates, tweetups en een heuse NVRR-wiki. Toen ik op die grootboekstoel zat, bedacht ik ineens: hadden ze het ooit kunnen bevroeden? Die rekenmeesters van de vorige eeuwen, die parmantig achter een statige tafel plaatsnamen en de kasboeken aangereikt kregen uit de grootboekkast (ook al zo’n woord). Een tijd waarin de rekenkamerfunctie bestond uit het dichtvinken van tientallen kasboeken. Ik kan me er niets meer bij voorstellen. Maar zij hadden toch ook niet kunnen bedenken, dat onze samenleving inmiddels bestaat uit computers, dataverkeer, sociale media, etc. Dat huidig rekenkamerland zich verdiept in decentralisatie van beleid, samenwerking tussen verschillende rekenkamers, outsight in onderzoeken en de politieke invloed op rekenkameronderzoek? In dit kader vond ik toch wel het meest in het oog springend de speeddate over ‘open data’. Hadden de oude rekenmeesters kunnen bedenken, dat ons hele hebben en houden via het fenomeen internet op straat ligt?

Nu overdrijf ik natuurlijk wel een beetje. De inleider van de speeddate, Marcus Scheafers, bracht het anders. Open data, zo leerde hij ons, zijn datasets die afkomstig zijn uit landelijke registraties. De overheid stelt die datasets beschikbaar voor het publiek. Denk aan voertuiggegevens van de Rijksdienst voor Wegverkeer of aan het aantal deelnemers aan een type opleiding gerangschikt naar leeftijd, provincie, gemeente. Het gebruik van open data heeft inmiddels zijn dienst bewezen. Zo maken Buienradar en Carspotter gebruik van overheidsdata.

Ook voor onderzoek zijn open data een uitdaging. Stelt u zich voor dat u een onderzoek doet naar verzuimmeldingen bij de afdeling Leerplicht. Als u de verzuimregistratie kan koppelen aan Geodata, dan kan u zien in welke wijken van een gemeente de meeste verzuimmeldingen plaatsvinden. En misschien kunt u op basis van open data ook nog wel analyseren hoeveel overheidsgelden naar die wijken gaan? Een ander voorbeeld van open data is het openbaar maken van de besluiten van de Tweede Kamer (en in de toekomst misschien wel van uw gemeenteraad). Zou het niet handig zijn als een app het stemgedrag van een politieke partij weergeeft op een specifiek onderwerp? Deze toepassing kan praktisch zijn voor rekenkameronderzoek, al was het maar omdat een onderzoeker geen stapel notulen meer hoeft door te akkeren. Maar voor een burger is het evenzo interessant. Zo zou ik best graag willen weten hoe de politieke partijen de afgelopen vijf jaar gestemd hebben op het onderwerp bio-industrie. Open data zullen hierdoor, voor sommige onderwerpen, de onderzoeker overbodig maken. De burger kan nu zelf zijn onderzoek verrichten.

Toekomstmuziek denkt u? De tijden gaan snel. Deze brainwave overspoelde mij dus op de grootboekstoel, maar ook nog lang daarna. De rekenmeesters van toen wisten niets over internet en twitter. Wat weten wij over de ontwikkelingen van komende jaren?

Deze blog staat ook op passie voor publieke verantwoording

Dit bericht is geplaatst in Rekenkamers en rekenkamercommissies met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *