Een waar sinkhole

De Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) doet een beroep op haar leden om het controlegat aan te kaarten dat ontstaat door de decentralisatie van jeugdzorg, AWBZ en participatiewet. Maar als je er goed naar kijkt, blijkt dit niet zo maar een gaatje te zijn. Het blijkt een waar sinkhole. De controletoren die er ooit stond is verdwenen in een groot gapend gat. Gaan we met zijn allen op de buik liggen om te kijken hoe diep het gat is? 

Groter controlegat
Ans Hoenderdos, bestuurder-directeur van de Randstedelijke rekenkamer legde het haarfijn aan me uit.

“Kijk Eline”, zei ze, “wat maar weinig mensen zich realiseren is dat het geld dat wordt uitgegeven aan de AWBZ en de jeugdzorg nu voor het grootste deel onder controle staat van de Algemene Rekenkamer en de Provinciale Rekenkamers. Straks, als deze taken van de gemeente zijn, wie mag en kan er dan controleren of het geld op een goede manier wordt besteed? De meeste gemeenten gaan deze taken gezamenlijk uitvoeren in een Gemeenschappelijke regeling en ik hoef jou niet uit te leggen dat gemeentelijke rekenkamercommissies daar geen onderzoeks­bevoegdheid hebben en enkele gemeentelijke rekenkamers maar beperkt. Dus wie gaat dan al die miljoenen controleren? Het controlegat wordt steeds groter.”

Welk controleorgaan is bevoegd?
Op de terugweg naar huis laat ik het op me inwerken. Ook ik had me dit dus nog niet gerealiseerd. Opgeslokt door het werk dat de transities van de Wmo, de jeugdzorg en de participatiewet met zich mee brengt voor gemeenten, had ook ik nog niet stilgestaan bij de vraag welk controleorgaan straks bevoegd is om over de schouder mee te kijken.

Voor het geval de getallen bij u ook niet op het netvlies staan, ik heb het opgezocht. Voor jeugdzorg komt een bedrag van circa € 3,5 miljard naar de gemeenten. En voor begeleiding en persoonlijke verzorging nog eens een bedrag van € 3 miljard. Oké, we hebben het hier dus niet zomaar over een ‘gaatje’ wat met een beetje knip- en plakwerk wel weer een paar jaar mee kan.

illustratieseline

 

 

 

 

 

Maar werden er de afgelopen jaren dan ook werkelijk onderzoeken verricht naar deze beleidsvelden? Ja zeker. De provinciale rekenkamers hebben de afgelopen jaren verschillende onderzoeken verricht naar wachtlijsten, beleidsinformatie en doeltreffendheid van de jeugdzorg. En bij de Algemene Rekenkamer zijn justitiële jeugdzorg, het Centrum voor Jeugd en Gezin, mensen met chronische aandoeningen, langdurige zorg en de uitgaven van de AWBZ onderwerp van onderzoek geweest. Voor re-integratie van mensen in het arbeidsproces heeft de Algemene Rekenkamer zelfs een apart dossier geopend. Kortom, het stond de afgelopen jaren volop in de belangstelling.

Controletoren echt nodig?
Ik hoor u denken. Is een nieuwe controletoren nu wel nodig? Zadelen we elkaar niet op met een nieuwe controledrift? Moeten we straks weer nodeloos gegevens vastleggen zodat we van alles kunnen controleren? Maar laten we wel wezen. De decentralisatie biedt niet alleen de mogelijkheid om het beleid en de uitvoering opnieuw in te richten, maar ook om de controle op het beleid opnieuw vorm te geven. Wat let ons om na te denken over nieuwe effectieve verantwoording, over data-analyse, over real time onderzoeksmethoden? En is het doorgaans niet zo dat onderzoeken een trigger is om te reflecteren op keuzes die in beleid zijn gemaakt? Een trigger om de uitvoering aan te scherpen en om dilemma’s bespreekbaar te maken?

NVRR doet oproep
Het appel van de NVRR is dus zeker niet alleen gericht aan de leden van de NVRR. Het is een appel aan de gemeenteraden, aan de bestuurders en managers, aan de ambtenaren. Aan iedereen die zich inzet voor het stimuleren van leren en verbeteren binnen het openbaar bestuur. Onderzoek houdt u scherp! We hebben een controletoren nodig. Het appel van de NVRR is duidelijk: deel de brief, de uitleg via de website en/of de video met raadsleden, bestuurders, rekenkamers, onderzoekers.

We hebben vanaf heden nog 360 dagen voordat zich er een waar sinkhole in Nederland voordoet. Gaan we straks allemaal op onze buik liggen om te kijken hoe diep het gat is of gaan we het voorkomen?

Deze blog staat ook op passie voor publieke verantwoording

Geplaatst in Jeugd, Rekenkamers en rekenkamercommissies | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

De vlag van Zeeland

Op het graf van mijn oma staat een heel mooi ‘erfstuk’. Het is de vlag van Zeeland.

224Deze vlag heb ik in oktober 2010 verdiend met het lopen van de marathon van Zeeland. Trots zag ik mijn moeder die dag bij de finish zwaaien met eenzelfde vlag en trots zwaaide ik naar haar terug. We begrepen allebei wat die vlag voor ons betekende: een vlag voor een trotse Zeeuwse vrouw. Een vrouw zoals oma. Ik herinner me oma als een trotse Zeeuwse vrouw. Recht door zee. Het hart op de tong. De vlag hebben we bij haar graf geplaatst, want dat zou ze heel mooi gevonden hebben.

Morgen hoop ik weer te zwaaien met de Zeeuwse vlag bij de Zeelandmarathon 2013. Ik zwaai naar mijn oma. Een bijzondere vrouw die veel voor mij heeft betekend. Ze is de moeder van de liefste moeder ooit.

-Gedicht voor oma voorgelezen bij haar begrafenis-

Vandaag ben ik verdrietig. Vandaag ben ik trots. Ik had een oma. Een echte oma. Een oma bij wie ik logeerde toen ik klein was. Een oma die brosreepjes uitdeelde en bananen. Een oma die verse patat maakte met appelmoes. Een oma met een knakenpijp, en een snelkookpan.

Vandaag stopt een tijdperk. Het tijdperk van mijn oma. Een echte oma. Een oma met poederzuurtjes in een blikje. Een oma met een achterzijkamer. Een oma met een gebreid hoedje op de hoedenplank van de Volvo waar een wc rol onder lag. Een oma die me meenam naar Duinrell, de Pier van Scheveningen, Madurodam. Een oma die truien breide.

Vandaag ben ik trots. Trots op mijn oma. Een echte oma. Een oma die Cacney en Lacey keek. Een oma met het hart op de tong. Een oma die een echte dame was. Een oma die fier overeind bleef. Een oma van Zeeuwse komaf. Een oma die wel 93 jaar werd.

Vandaag ben ik ook trots op mijn moeder. Mijn moeder die de hand van mijn oma vast hield toen ze stierf. Die mijn oma zo liefdevol heeft verzorgd. Ik ben verdrietig. Verdrietig om alles dat was. Om alles wat nooit meer terug komt. Vandaag ben ik trots. Trots op mijn oma. Een echte oma.

 

Geplaatst in Al het andere | Een reactie plaatsen

“Ik heb gezegd” – over mensen die inspireren

Ik ben gek op tradities en rituelen. Weken voor Sinterklaas aankomt in Nederland kijk ik al uit naar het moment waarop ik met mijn kinderen voor de Hema sta (vaste stek) om naar de Sint te zwaaien. Prinsjesdag. Ik zit voor de tv om me te verwonderen over koetsen, kostuums en een koning. Het aansteken van het Olympisch vuur. Je kunt me wegdragen. Ja, zelfs de marathon van Rotterdam is niet echt als Lee Towers “you’ll never walk alone” niet heeft gezongen. Dus toen een goede vriend vertelde dat hij de leerstoel Betonconstructies aan de TU Delft had aanvaard, nodigde ik mezelf direct uit: “Wanneer is de inauguratie? Ik zit in de zaal”.

Gisteren was het zover. Voor wie nog nooit een inauguratie van een professor heeft meegemaakt, schets ik graag even het beeld. Een grote zaal vol met mensen op het universiteitscomplex, dat –hoe toepasselijk voor de TU Delft- nagenoeg volledig is opgetrokken uit beton. Maar ik ben een leek. Het zou ook makkelijk baksteen geweest kunnen zijn. De Pedel van de universiteit (uitgesproken als ‘pedél’ met de klemtoon op de laatste lettergreep) stampt met de universiteitsstaf op de grond, waarna iedereen gaat staan. Een gevolg van 40 professoren in lange toga’s schrijdt naar binnen en neemt voorin de zaal plaats. Daarna mogen we weer gaan zitten. De conrector treedt – namens de rector magnificus – naar voren en licht toe waarom Dirk Arend Hordijk de gedroomde kandidaat voor de leerstoel Betonconstructies van de TU Delft is. Uiteraard in zeer plechtige bewoordingen, maar ik kan goed tussen de regels door lezen. Hij glimt van zelfgenoegzaamheid dat Dick voor de baan is gestrikt. Daarna is het de beurt aan de professor om zijn oratie uit te spreken.

Screenshot 2013-09-22 08.22.18

De professor stapt naar voren. Om mij heen voel je de spanning in het publiek toenemen. Wat gaat hij zeggen? In 30 minuten tijd neemt de professor ons mee in de bedoeling van de leerstoel. Waarom het belangrijk is goed onderwijs te geven over betonconstructies. Waarom onderzoek naar nieuwe mogelijkheden van beton nodig is. Met mooie tekeningen en fraaie foto’s wordt het mij als leek als snel duidelijk. Beton zit echt overal! En je kan maar beter zorgen dat het ook goed is neergelegd, want anders zijn de rapen gaar. Na 30 minuten heeft de professor de taak, die voor hem ligt, haarfijn gefileerd; Beton ziet er grijs uit, maar het is het niet. Met de woorden: “Ik heb gezegd” is de oratie ten einde. Applaus valt de professor ten deel.

Zoals gezegd. Ik ben gek op tradities en rituelen. Het is plechtig. Het geeft saamhorigheid. En, het heeft ook iets gemakkelijks over zich. Je hoeft er niet veel voor te doen – oké, de marathon Rotterdam daar gelaten -. Het overkomt je als het ware. Je bent er onderdeel van en anderen regelen het verder voor je. Maar het is ook vluchtig. Op 6 december wordt Sinterklaas onbarmhartig aan de kant geschoven door de Kerstman. Op de 3e woensdag in september worden de jurken en hoedjes ongenadig bekritiseerd. De Olympische vlam dooft na 2 weken. En Dick wordt –professor of niet- straks weer ‘schijt gelopen’ door zijn hardloopgroepje. Maar toch was de oratie van Dick anders. Als je mij vraagt: “Welke mensen inspireren je?”, dan zal ik niet zeggen Obama, Nelson Mandela of lady Gaga. Nee. Het zijn gewone mensen die mij inspireren. Mensen die vol liefde en overgave zorgen voor hun gehandicapte kind. Mensen die een mooi bloeiend bedrijf weten op te bouwen. Mensen die mooi kunnen schrijven. Dat soort dingen. En mensen die bijvoorbeeld eerst wiskundeleraar waren en die -na jarenlang inzetten voor hun vakgebied- vervolgens professor worden. Zo’n professor zelfs dat een universiteit zijn deeltijdbeschikbaarheid verkiest boven iemand die fulltime beschikbaar is.

Wat ik maar wil zeggen. Het ritueel van gisteren had vandaag zomaar vervlogen kunnen zijn. Maar dat is het niet. Over betonzaken weet ik nog steeds niet veel, maar de toespraak inspireerde me met prachtige woorden als ‘vermoeiingsgedrag van beton’, liefde voor het vakgebied. Dat Dick veel weet over vermoeiingsgedrag en het voorkomen ervan, was mij op loopgebied al bekend, maar ook voor uw tuinhuisjes kunt u dus bij hem terecht. Dick is het cement dat onze loopgroep bij elkaar houdt. Ik kijk er naar dat hij ons snel weer komt inspireren en vermoeien. “Ik heb gezegd”.

Geplaatst in Al het andere | 2 Reacties

Horizontaal toezicht – “and the winner is..”

Horizontaal toezicht is een nieuwe werkwijze van de Belastingdienst. Ze sluit met de ondernemer een convenant, waarbij de ondernemer zich committeert in alle openheid te melden over welke transacties belasting betaald moet worden. Op basis vanonderling vertrouwen wordt met elkaar gesproken over pijnpunten in de belastingaangifte. Vandaag presenteerde de commissie Horizontaal Toezicht Belastingsdienst het evaluatierapport: ’Fiscaal toezicht op maat. Soepel waar het kan, streng waar het moet’. De commissie constateert ondermeer, dat de spelregels van het Horizontaal Toezicht nog niet geheel duidelijk zijn, zoals bij het begrip ‘gerechtvaardigd vertrouwen’. Hier zit mijn inziens het belangrijkste knelpunt van de nieuwe werkwijze. Hoe kan oprecht gesproken worden van ‘onderling vertrouwen’ als de Belastingdienst de toetser van diezelfde aangifte is?

Screenshot 2013-09-21 22.35.30

Kent u het televisieprogramma ‘The winner is…”? Twee zangtalenten zingen een lied, waarna ze hun eigen prestatie op de juiste waarde moeten schatten. Denken ze dat ze niet goed gezongen hebben of vinden ze de tegenstander beter, dan houden ze de eer aan zichzelf en accepteren een klein geldbedrag. Maar vinden ze zichzelf de beste zanger dan beslist een jury welk zangtalent wint en een aanzienlijk geldbedrag krijgt. Kiest de jury niet voor jou, dan krijg je niets. Win je, dan krijgt je het volle pond. Spannend, want hoe zeker ben je van je zangprestaties? En welke overwegingen heeft de jury?

Het concept van dit televisieprogramma is bedacht door John de Mol, zelf een begenadigd ondernemer. Grote kans dat hij dit idee heeft afgekeken van de Belastingdienst. Die heeft namelijk een soortgelijk concept geïntroduceerd onder de naam ‘Horizontaal Toezicht’.

De Belastingdienst constateert, dat ze niet toekomt aan een grondige controle van alle ondernemingen. Ze heeft daarom bedacht dat het gemakkelijker is als de ondernemer zelf pijnpunten in de belastingaangifte op tafel legt. In het verleden werden standpunten over transacties in de aangifte beargumenteerd en duurde het vervolgens jaren voor de Belastingdienst een uitspraak deed. Nu wordt vooraf over precaire transacties handjeklap gedaan. Dat is, in potentie, een voordeel voor de ondernemer. Elk voordeel kent echter ook een nadeel of liever gezegd een inspanningsverplichting. Voordat een convenant namelijk wordt afgesloten, stelt de Belastingdienst eisen aan het zogenoemde Tax Control Framework (TCF) van de onderneming. Hier speelt de accountant van de ondernemingen een rol. Het liefst ziet de Belastingdienst dat ze op de werkzaamheden van de accountant kan steunen.

Bedacht moet worden, dat pijnpunten ingewikkelde fiscale constructies zijn, waarbij discussie is over welk bedrag wie wanneer belastingplichtig is. De ondernemer beargumenteert, vanuit zijn eigen belang, waarom hij van mening is, dat hij geen of gedeeltelijk belasting moet betalen. De Belastingdienst toetst, vanuit zijn eigen belang, de steekhoudendheid van deze argumenten. Een belangrijk kenmerk van vertrouwen is de verwachting dat de ander jouw belang niet schaadt. Als beide partijen een tegengesteld belang hebben wordt dit lastig. Daarnaast is het, voor het ontstaan van vertrouwen, belangrijk dat de ander voorspelbaar gedrag vertoont. De onzekerheid over het handelen van de Belastingdienst als uiteindelijke toetser, blijft aanwezig.

Het is dus aan de ondernemer om te bepalen waar hij beter aan doet; De transactie niet melden met het risico, dat naderhand alsnog een aanslag wordt opgelegd en dit dus een grote som geld kost. Maar tegelijkertijd een reële kans hebben, dat de transactie niet wordt ontdekt. Of de transactie wel melden en hopen zijn argumentatie steekhoudend is, zodat hij geen belasting hoeft te betalen. De ondernemer is hierbij ongewis van de overwegingen van de Belastingdienst. Maar hij loopt ook het risico, dat hij alsnog belasting moet betalen als de argumentatie onvoldoende is. Wat doet u ondernemer? Deal or no deal???

Geplaatst in Accountancy | Een reactie plaatsen

Elvis has left the building

Het nieuws over het vertrek van Deloitte topman Piet Hein Meeter zal u vast niet zijn ontgaan. Tenminste, als u accountant bent. In alle andere gevallen zult u uw schouders hebben opgetrokken en gedacht hebben “zie je wel, het is ook altijd wat met die dure accountants”. Realiseert u zich dat deze laatste groep mensen een paar miljoen Nederlands betreft? Zie hier de treurnis van het nieuwsbericht.

Screenshot 2013-09-21 22.33.26

Sinds januari 2012 was Piet Hein Meeter, als fiscalist, CEO van een van de grootste accountantskantoren van Nederland. Uiteraard leverde het gesprekstof op of een fiscalist wel voldoende doordrongen is van de lastige positie waarin accountants zich tegenwoordig bevinden; rechtszaken tegen accountantskantoren, de AFM die in de nek hijgt, aanpassingen van de wet op het accountantsberoep. Zwaar weer wordt er gemompeld en dan juist een fiscalist aan het roer. Het gemompel is verstomd. Deloitte heeft in goed overleg met Meeter besloten dat hij aftreedt. De concurrenten lachen in hun vuistje. Maar wat is hier aan de hand?

Helemaal duidelijk is het nog niet, maar Meeter heeft tegen de regels in financiële belangen in een organisatie waarvoor Deloitte de accountantscontrole verricht. Met andere woorden, naar alle waarschijnlijkheid had Meeter in het kader van zijn pensioenopbouw aan zijn vermogensbeheerder gevraagd zijn zuur verdiende centen te beleggen. En die beste vermogensbeheerder heeft dat gedaan in een fonds dat door Deloitte wordt gecontroleerd. Als reactie op het aftreden van Meeter heb ik hier en daar al een instemmend ‘hear, hear’ gehoord. Maar de vraag rijst: Hoe erg is dit nou?

De regels om de onafhankelijkheid van accountants te waarborgen zijn de afgelopen jaren steeds verder aangescherpt, omdat beroepsgenoten zich lieten leiden door eigen belang. Ze bleken manipuleerbaar, gevoelig voor de druk van anderen, voor de druk van geld, van macht. Aangezien dit voor de vertrouwenspositie van de accountant niet wenselijk is, zijn strenge regels bedacht. De accountant mag geen financiële belangen hebben in de cliënten die hij controleert. Maar, door alle schandalen en de gehavende positie van de accountant, is hier een schepje bovenop gedaan. Niet alleen de accountant die de cliënt controleert moet onafhankelijk zijn. Ook al zijn honderden collega-vennoten, die hij vermoedelijk niet eens allemaal van naam kent, mogen geen enkele financiële verbintenis hebben met diezelfde cliënt. En zie hier de nu ontstane situatie.

Deloitte acht zo een zware maatregel nodig om aan de buitenwereld te laten zien dat ze geen concessies doet aan onafhankelijkheid. Natuurlijk had Meeter, als topman, beter moeten weten. Anderzijds, Meeter is geofferd voor een fundamentele weeffout in het accountantsberoep. Zolang de accountant betaald wordt door degene die hij wordt geacht te controleren, zijn pleisters nodig om te buitenwereld er van te verzekeren dat de accountant onafhankelijk is. Het pleistertje is geplakt, maar de weeffout blijft. Helaas levert deze ‘zelfreinigende’ maatregel van Deloitte alleen maar slechte publiciteit op voor accountants. Een paar miljoen mensen snapt hier namelijk geen bal van.

Elvis has left the building. En het publiek blijft vertwijfeld achter.

Geplaatst in Accountancy | Een reactie plaatsen

De accountant 3.0 is een vrouw

Op de TUACC bijeenkomst van 29 februari, werd een vlammend betoog gehouden over de accountant 3.0. Zoals gebruikelijk met releases, heeft de accountant 3.0 meer functionaliteiten dan zijn voorgangers.

De accountant 3.0 kan, naast het controleren van een jaarrekening en het herkennen van de basisprincipes van automatisering, communiceren! En, de accountant 3.0 weet wat het is om toegevoegde waarde te leveren.

Screenshot 2013-09-21 22.29.57

Gisteren was het internationale vrouwendag. De pluspuntjes van vrouwen op de arbeidsmarkt worden op deze dag in de media breed uitgemeten. Met het motto ‘brood en rozen’ wordt het arbeidsethos van vrouwen gekoppeld aan een lieflijke, mooie bloem met hier en daar een stekel. Toen ik dit op mij in liet werken, kwam het binnen als een donderslag. De accountant 3.0 is een vrouw!

De accountant 1.0 lijkt een uitstervend ras. De accountants 2.0 heeft de toekomst. De accountant 2.0 is behept met de rationaliteit dat de automatisering doordendert. Hij heeft het vermogen om vernieuwing in gang te zetten. Hij begrijpt, dat alleen nadenken over integratie van IT in de controle-aanpak niet voldoende is, maar dat er een aanpak voor de praktijk moet komen. Hij weet dat data-analyse mogelijkheden biedt om integrated audit om te zetten in continuous audit. Maar het blijven accountants 2.0. De aanwijzingen daarvan zijn subtiel, maar voor vrouwen niet te missen.

De accountant 3.0 kan communiceren. Ik hoef natuurlijk geen pleidooi te houden, dat communiceren bij uitstek het domein is van vrouwen. Communiceren is meer dan alleen praten, zenden. Communiceren is ook signalen opvangen. Iets begrijpen zonder dat het wordt gezegd. Vooraf bedenken hoe de ontvanger de boodschap zal interpreteren. Op de TUACC bijeenkomst zijn veel helden genoemd door sprekers, maar geen van de helden was een vrouw. Erg ongevoelig voor, het overigens kleine aandeel, vrouwen in de zaal. Er werd gesproken over rokjesdag voor accountants, maar de tempratuur in de zaal was afgestemd op driedelig maatkostuum. Zeker niet op frisse, fleurige rokjes. En waarom spaken alleen mannen over hervorming in het accountantsberoep? Hebben de vrouwen geen goede ideeën? Of communiceren vrouwen hierover op een andere manier?

Het leveren van toegevoegde waarde, zit in het DNA van vrouwen ingebakken. Toegevoegde waarde leveren is weten wat en wanneer iets te doen of te laten, zodat een ander kan excelleren. Er zorg voor dragen dat een ander waarde kan genereren, zijn werk beter zal doen. De CFO, die de TUACC bijeenkomst opvrolijkte met een mooi betoog over zijn visie op de accountant, noemde het in een bijzin. Maar de vrouwen hebben het gehoord. De crux van zijn verhaal was, dat hij alleen bij de bijeenkomst kon zijn, omdat zijn vrouw in zijn plaats hun zoontje van de voetbal haalde. De toegevoegde waarde werd door zijn vrouw geleverd.

En dan, tot slot, het bepleite kritische vermogen van de accountant 3.0. Je zou wel kunnen zeggen, dat vrouwen daar wel een beetje minder van mogen hebben: “Mijn haar zit vandaag niet goed’ of “Die rok kleedt niet zo best af”. Ach, u kent het wel.

Kortom, ik heb goed opgelet en ik weet het zeker. De accountant 3.0 is een vrouw! Communiceren, toegevoegde waarde creëren en kritisch vermogen aan de dag leggen, dat is bij uitstek het domein van vrouwen.

Geplaatst in Accountancy | Een reactie plaatsen

My lucky day

Soms tref je het gewoon. En vandaag was zo’n dag. Na afgelopen vrijdag 34 kilometer gelopen te hebben (als voorbereiding van de Zeelandmarathon op 5 oktober), moet je toch wat met je zondagmorgentraining. Laat ik eens een wedstrijdje meepakken, bedacht ik mij. En het liefst lekker dichtbij. Het werd de Geuzenloop in Vlaardingen. 15 kilometer langs een prachtig parkoers door de Broekpolder en langs de Vliet. Dat leek me wel wat.

Na de gebruikelijke gang van zaken bij de inschrijving, begaf ik mij naar de tafel waar ik mijn startnummer kon halen. En toen gebeurde het! My lucky day. “Wat is dat Vsen?”, vroeg de mevrouw achter de inschrijftafel. “Dat is de leeftijdscategorie Dames Senioren!”, zei ik. “Welke sticker moet ik dan op het startnummer plakken??”, vroeg ze. De gele sticker dus. Ik mompelde nog dat ze blijkbaar nog niet veel gele stickers had uitgedeeld vandaag. En dat beaamde ze. Ik was de eerste: “Weer wat geleerd”, aldus de mevrouw. En ik dacht “PLING. Dan heb ik dus een kans vandaag! Weinig tegenstand“. Dat ‘weinig’ bleek nog een eufemisme.

Bij de start keek ik rond of ik nog wat verdwaalde leden van mijn atletiekvereniging zag. En ja hoor. Voor mijn neus stond Arjan. We wisselden onze race-strategie uit. Eline: 1 uur 15. Arjan: 1 uur 20. ‘Daar heb ik dus ook niet veel aan vandaag’, dacht ik hardvochtig. Maar wat ik nog niet wist: het was ‘my lucky day’.

Het startschot ging. Als een komeet vlogen we richting Maasland. Arjan in mijn kielzog. Strak 5 minuten per kilometer. Tot 9 kilometer bleef Arjan plakken. Toen gaf hij het op. Verwacht van mij  geen spannende verslaglegging van mijn heftige strijd met nummer 2 en 3. Nee hoor. Moederziel alleen liep ik naar de finish alwaar ik te horen kreeg dat ik notabene 1e Dames Senior was! En of ik even op de prijsuitreiking bleef wachten. U raadt het al. ik was niet alleen 1e vandaag. Ik was ook de enige. Lucky me! Een mooie bos bloemen en mijn prijzengeld dubbel en dwars terugverdiend. Blij toe ga ik met een respectabele eindtijd van 1:15:05 (netto eindtijd: 1:14:55) de boeken in als 1e bij de dames Senioren 2013.

My lucky day

Geplaatst in Al het andere | 1 reactie

De grootboekstoel en ik

En daar zat ik dan, een accountant met gevoel voor historisch besef, op de Grootboekstoel van de Algemene Rekenkamer. De stoel waar de ‘accountant’ van de staat der Nederlanden zo’n 200 jaar geleden de boeken controleerde. De geur van stoffige dossiers en muf lederen meubilair kon ik bijna ruiken.

Eline op grootboekstoel

De NVRR en de AR hebben een werkconferentie (13 september 2012) georganiseerd vol met de nieuwste snufjes: speeddates, tweetups en een heuse NVRR-wiki. Toen ik op die grootboekstoel zat, bedacht ik ineens: hadden ze het ooit kunnen bevroeden? Die rekenmeesters van de vorige eeuwen, die parmantig achter een statige tafel plaatsnamen en de kasboeken aangereikt kregen uit de grootboekkast (ook al zo’n woord). Een tijd waarin de rekenkamerfunctie bestond uit het dichtvinken van tientallen kasboeken. Ik kan me er niets meer bij voorstellen. Maar zij hadden toch ook niet kunnen bedenken, dat onze samenleving inmiddels bestaat uit computers, dataverkeer, sociale media, etc. Dat huidig rekenkamerland zich verdiept in decentralisatie van beleid, samenwerking tussen verschillende rekenkamers, outsight in onderzoeken en de politieke invloed op rekenkameronderzoek? In dit kader vond ik toch wel het meest in het oog springend de speeddate over ‘open data’. Hadden de oude rekenmeesters kunnen bedenken, dat ons hele hebben en houden via het fenomeen internet op straat ligt?

Nu overdrijf ik natuurlijk wel een beetje. De inleider van de speeddate, Marcus Scheafers, bracht het anders. Open data, zo leerde hij ons, zijn datasets die afkomstig zijn uit landelijke registraties. De overheid stelt die datasets beschikbaar voor het publiek. Denk aan voertuiggegevens van de Rijksdienst voor Wegverkeer of aan het aantal deelnemers aan een type opleiding gerangschikt naar leeftijd, provincie, gemeente. Het gebruik van open data heeft inmiddels zijn dienst bewezen. Zo maken Buienradar en Carspotter gebruik van overheidsdata.

Ook voor onderzoek zijn open data een uitdaging. Stelt u zich voor dat u een onderzoek doet naar verzuimmeldingen bij de afdeling Leerplicht. Als u de verzuimregistratie kan koppelen aan Geodata, dan kan u zien in welke wijken van een gemeente de meeste verzuimmeldingen plaatsvinden. En misschien kunt u op basis van open data ook nog wel analyseren hoeveel overheidsgelden naar die wijken gaan? Een ander voorbeeld van open data is het openbaar maken van de besluiten van de Tweede Kamer (en in de toekomst misschien wel van uw gemeenteraad). Zou het niet handig zijn als een app het stemgedrag van een politieke partij weergeeft op een specifiek onderwerp? Deze toepassing kan praktisch zijn voor rekenkameronderzoek, al was het maar omdat een onderzoeker geen stapel notulen meer hoeft door te akkeren. Maar voor een burger is het evenzo interessant. Zo zou ik best graag willen weten hoe de politieke partijen de afgelopen vijf jaar gestemd hebben op het onderwerp bio-industrie. Open data zullen hierdoor, voor sommige onderwerpen, de onderzoeker overbodig maken. De burger kan nu zelf zijn onderzoek verrichten.

Toekomstmuziek denkt u? De tijden gaan snel. Deze brainwave overspoelde mij dus op de grootboekstoel, maar ook nog lang daarna. De rekenmeesters van toen wisten niets over internet en twitter. Wat weten wij over de ontwikkelingen van komende jaren?

Deze blog staat ook op passie voor publieke verantwoording

Geplaatst in Rekenkamers en rekenkamercommissies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Spreken is zilver..

Vlak voor de zomervakantie publiceerde de Rotterdamse Rekenkamer een onderzoek over de stadswachten. Een gedegen onderzoek, waarin de Rekenkamer gedurende langere tijd stadswachten observeerde en zelfs mountainbiketrainingen volgde om de sfeer van de opleiding te proeven. In de slotrapportage constateert de Rekenkamer, dat de stadswachter onvoldoende communicatieve vaardigheden heeft om meer te doen dan parkeerboetes uitschrijven. De kranten berichten vervolgens dat Rotterdam ‘laffe stadswachten’ heeft die ‘niet kunnen communiceren’. Dan zijn de poppen aan het dansen. Burgermeester Aboutaleb spreekt van ‘een slecht rapport’.

De vraag die mij bekruipt is wie schiet hier nu wat mee op? Er is geen grote dosis mensenkennis nodig om te begrijpen dat de stadswachters niet blij zijn met de conclusie ‘onvoldoende communicatieve vaardigheden’. We mogen dus veronderstellen dat de Rekenkamer niet over een nacht ijs ging met dit oordeel. Toch zet ik vraagtekens bij de wijze waarop de bevindingen voor het voetlicht zijn gebracht. Stadswachters hebben een publieke functie en moeten in soms moeilijke situaties de straat op om hun werk te verrichten. De Rekenkamer maakt de stadswachters met deze conclusie kwetsbaar. En de stadswachters hebben, zo constateert de Rekenkamer ook in haar rapport, te maken met een slecht imago. Ook hieraan geeft het rapport in ieder geval geen positieve impuls. Daarmee lijkt het uitgesloten dat het rapport een boost teweegbrengt om verbeteringen te realiseren. Kortom, de Rekenkamer heeft haar plicht gedaan door publiekelijk het oordeel te vellen, maar de gemeente staat op de barricade en het imago van de stadswachters heeft een nieuwe deuk.

Kan het nu niet anders? Klaarblijkelijk hebben de onderzoekers tijdens de observaties een onderbuikgevoel gekregen over de wijze van communiceren. Als een rekenkamer op belangrijke onderzoeksbevindingen stuit, maar het is te verwachten dat die de onderzochte partij zullen schaden, dan kan een rekenkamer kiezen uit verschillende strategieën.

- De enge definitie van publieke verantwoording laten prevaleren. Dit betekent dus dat een rekenkamer alle bevindingen publiekelijk presenteert, zonder zich te laten leiden door de vraag of zij hiermee schade berokkent en of een impuls geeft aan verbeteringen.

- Zoeken naar zorgvuldigere bewoordingen in het rapport. Een beproefde methode hiervoor is ‘storytelling’. Hiermee kan een rekenkamer de bevinding uit de oordelende sfeer halen en presenteren als het verhaal van bijvoorbeeld de stadswachter of de clustermanager. Opvallend genoeg staat namelijk in de subconclusie van het onderzoek dat de clustermanagers stellen dat ‘de meeste stadswachters het niet in de vingers hebben om gesprekken aan te gaan met jongeren of om op te treden tegen hondenpoep’. Uit de hoofdconclusie blijkt echter niet dat dit een uitspraak van de clustermanagers is. De rekenkamer koppelt het gebrek aan communicatieve vaardigheden nu rechtstreeks aan het aantal bonnen voor betaald parkeren. Elke nuancering over mogelijke andere variabelen, die van invloed zijn op het aantal parkeerboetes, ontbreekt. Storytelling van de clustermanager had hier uitkomst kunnen bieden.

- Het punt onder de radar bij het college en de raad aankaarten. Op die wijze toont de rekenkamer gevoel voor lastige situaties waarmee de gemeente te maken heeft en de bereidheid om mee te denken over oplossingen. De suggestie bijvoorbeeld dat een stadswachter over onvoldoende communicatieve vaardigheden beschikt als die niet op een hanggroep van 15 opgeschoten jongeren afstapt, is dermate ongelukkig dat dit een oplossingsrichting in de weg staat. Immers, zelfs de meest ervaren jongerenwerkers doen dit werk met het klamme zweet in de handen.

Rekenkamers hebben een podium en zeker de Rotterdamse Rekenkamer. Met dit podium moet wel zorgvuldig omgesprongen worden. Graag haal ik het blog van Rob Velders aan die aangeeft dat publieke verantwoording steeds vaker ‘naming and shaming’ wordt genoemd. De zure reactie van Aboutaleb op het onderzoek, lijkt me niet meer dan terecht. Aboutaleb kan niet anders dan opkomen voor zijn mensen. Het zou een dolk in de rug van de stadswachters zijn als hij de conclusies van dit rapport zou onderschrijven. Rekenkamers moeten hier oog voor hebben bij het presenteren van hun bevindingen. Want als zij het podium niet goed gebruiken, dan hebben we louter verliezers.

Deze blog staat ook op passie voor publieke verantwoording

Geplaatst in Outside-in onderzoek, Rekenkamers en rekenkamercommissies | Getagged | Een reactie plaatsen

Ik zie ik zie, wat jij niet ziet

Kent u het spelletje nog? Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet….en de kleur is….Iemand neemt een voorwerp in gedachte wat te zien is in de ruimte waar ze zich bevinden. De anderen mogen raden naar het voorwerp. Het enige kenmerk dat ze krijgen is de kleur. Vanaf het moment dat de anderen mogen raden, kijkt iedereen om zich heen. Wat ziet de ander? Vanuit welk gezichtspunt kijkt hij? Kan hij toevallig een voorwerp zien dat voor mij lastig is om te zien? Wat zou de ander verstaan onder bijvoorbeeld ‘rood’ of ‘groen’? Je betrapt je erop dat je gaat kijken met de ogen van de ander.

Het principe, kijken door de ogen van de ander, loopt als een rode draad door de onderzoeken die wij – de doetank – de laatste maanden hebben uitgevoerd. Daarin zijn wij op zoek gegaan naar een andere aanpak voor rekenkameronderzoek. Wij vinden namelijk dat de traditionele aanpak van rekenkameronderzoek weliswaar doorgaans goede resultaten oplevert, maar dat er ook barsten in het glazuur van de huidige aanpak zitten.

Wat is dan een traditionele aanpak? Op dit moment beoordelen rekenkamers vaak een beleidsthema door binnen de organisatie onderzoek te doen. Het werkproces van de gemeente en het gevoerde beleid staan centraal. Vervolgens toetsen de onderzoekers de resultaten aan een normenkader, waarin de doelstellingen van de organisatie zijn vastgelegd. Deze vorm van onderzoek is zonder meer geschikt om verantwoording af te leggen over het presteren van de organisatie, zowel aan de raad als aan de lokale samenleving. Deze normerende aanpak blijkt echter minder geschikt als het onderzoeksdoel is om te leren en verbeteren. Voor leren en verbeteren is namelijk inzicht nodig in ingewikkelde materie, in achtergronden voor het slagen en/of falen van beleid, in de praktische uitwerking van beleid.

Wij zijn daarom gaan experimenteren met een aanpak, waarbij het perspectief van de belanghebbende voorop staat. Door op zoek te gaan naar de verhalen van deze belanghebbenden (burgers, reizigers, patiënten, etc.) wordt duidelijk welke dilemma’s, keuzes en percepties er spelen rondom een beleidsveld en de uitwerking van beleid in de praktijk. Deze verhalen geven inzicht in ieders perspectieven, verwachtingen en ambities. Hiervan kan worden geleerd, mits alle partijen ervoor open staan om kennis te nemen van elkaars opvattingen. De lerende omgeving die dan ontstaat, draagt bij aan een energieke aanpak. Een aanpak die niet uitgaat van goed en fout, maar die dilemma’s benoemt waar burgers, professionals, bestuurders in de complexe werkelijkheid tegenaan lopen.

We zien echter ook dat dit type onderzoek voor rekenkamers nogal wat betekent. Ze laten daarmee namelijk hun traditionele werkwijze los: geen normen formuleren, geen oordeel vellen over de doelmatigheid of doeltreffendheid van beleid. De uitkomst van deze nieuwe aanpak levert een beschouwing op, waarin dilemma’s, knelpunten en perspectieven worden benoemd. Handelingen van uitvoerders, ambtenaren, burgers, cliënten zijn nooit goed of fout, maar een logische reactie op beleid, regels, situaties.

Outside in

Outside in-onderzoek
Deze aanpak, die wij ‘outside in-onderzoek’ noemen, vinden wij een nuttige aanvulling op de huidige onderzoeksmethoden die rekenkamers gebruiken. Door het toepassen van een juiste mix van ‘traditioneel onderzoek’ en outside in-onderzoek verwachten wij dat de relevantie van onderzoek toeneemt. Rekenkamers kunnen namelijk hun aanpak beter afstemmen op de aanleiding van het onderzoek. Vraagt de raad om een controlerend, oordelend onderzoek? Gebruik dan de traditionele aanpak. Vraagt de raad om transparantie of om diagnostiek? Hanteer dan de outside in-aanpak.

Voor meer informatie kunt u hier het artikel over de outside in-aanpak te downloaden.

Deze blog staat ook op passie voor publieke verantwoording

Geplaatst in Outside-in onderzoek, Rekenkamers en rekenkamercommissies | Getagged , | Een reactie plaatsen