Jarig

10668148_502556276514670_1611366568_n

 

Toen ik vanmorgen (13 sept.) wakker werd, wachtte ik op dat euforische gevoel ‘YES, ik ben jarig’. Die kleine twinkeling in je buik, die je vertelt dat er wat bijzonders is vandaag. De stille verwachting van wat je kinderen voor leuks voor je verzonnen hebben om aan je te geven. En uiteraard het gevoel dat dit de dag is, dat je die mooie nieuwe jurk aan kan trekken.

Maar vanmorgen moest ik toch even slikken. Er bekroop me het gevoel dat nu misschien wel het moment is aangebroken dat ik ga liegen over mijn leeftijd. “En hoe oud ben jij eigenlijk??? 36 jaar.” Of zal ik 34 jaar zeggen?? Ik bedoel, 36 dan ga je toch richting de 40. Bij 34 blijf je nog wat langer aan de veilige kant. En mocht je het je afvragen?? Ja, ik heb er al even voor de spiegel op geoefend.

Ik heb de afgelopen maanden niet onder stoelen of banken gestoken dat deze magische grens niet naar me lonkte. Zoals Mayra van de week zei: “Mam, je zegt steeds dat je ‘oud’ bent. Maar als ik zeg dat je oud bent, word je boos en mag ik dat niet zeggen. Dat hoort zeker bij 40 worden???”.

Bemoedigend heb ik van verschillende mensen gehoord dat ’40 het nieuwe 30 is’. Maar ik weet niet zeker of ik dat nou een aantrekkelijk idee vind. Ik bedoel, dat betekent nog 18 maanden zwanger zijn, nog 2x bevallen, 730 nachten minstens 2x per nacht eruit om kindjes weer in slaap te krijgen, 13.140 luiers verschonen, 10 kinderfeestjes organiseren, 30 traktaties in elkaar knutselen, 10 marathons lopen en daarvoor dus 7.200 kilometers wegstampen, 7 teennagels opofferen en 23 blaren doorprikken, 1x verhuizen, 80 verhuisdozen inpakken en weer uitpakken, 50 rekenkameronderzoeken uitvoeren en erger ook 50 wederhoorprocedures doorlopen, 1 BV oprichten, 37 BTW aangiftes doen en 2 suppletie aangiftes. Kortom, ik wil niet opnieuw 30 zijn. Misschien is het toch handiger als ik zeg dat ik 36 jaar ben. Dat scheelt me gelijk al 2 bevallingen en 1 verhuizing.

Een andere veel gehoorde ‘hart onder de riem’-uitspraak voor een naderende 40-tiger is ‘je bent zo jong als je je voelt‘. Kijk, dan word ik dus gelijk achterdochtig. Dat zeggen namelijk alleen maar mensen die zelf al de 40 zijn gepasseerd. Ik proef in zo’n uitspraak een vertwijfeld ‘kijk mij me eens jong voelen’. Ik voel onmiddellijk de neiging om een buiktruitje met een navelpiercing aan te schaffen. En erger, er zijn ochtenden dat ik me misschien wel 72 voel.

Ook kreeg ik meerdere malen te horen ‘oh word je 40, nou daar voelt er niets van hoor’. En daar ben ik dus nog niet zo zeker van. Want ik voelde het dus wel vandaag. Echt! Ik voelde het vanmorgen. Het voelde namelijk zo: ‘Shit! Nu ben ik dus 40’. Nu is mijn jeugd voorbij. Vanaf nu gaat alles hangen. Vanaf nu ga ik steeds langzamer hardlopen. Nu komen de grijze haren. En ik kan niet meer zeggen ‘later als ik groot ben..….’.

Voordat jullie nu allemaal denken dat ik prooi ben gevallen aan een ernstige midlife crisis, niets is minder waar. Ik heb de kenmerken van een midlife crisis erbij gepakt en ik kan jullie verzekeren, die kenmerken heb ik maar al ver voor mijn 40-ste. Een kleine greep uit de kenmerken:

  • Ineens elke avond van huis zijn; ik ben denk ik al op mijn retour, want ik ben blij als ik eens een avondje thuis ben
  • nieuwe horizonverbredende hobby’s ontwikkelen zoals schrijven; het gaat me toch wat ver om Twaalf BV als een midlife crisis project te benoemen
  • Heil zoeken bij spirituele stromingen; oke ik geef toe dat ik sinds 2 jaar een volgeling ben van Boele Ytsma, de planteneter
  • Een sterke behoefte om zich jong en vitaal te voelen en het aanschaffen van kostbare zaken; nou dat klinkt ook absoluut niet als iets van de laatste tijd.

Wel midlife dus, maar niet direct een acute crisis. Eigenlijk gaat het best fijn zo. Alleen dat getal he?! Daar kan ik nog niet helemaal aan wennen. Ik denk dat ik nog maar even op 36 jaar houd. Zoals een marketing specialist mij eens toevertrouwde: ‘een beetje liegen mag’. En ooit komt er vast wel een dag dat ik zeg ‘ik ben 40 jaar’, als ik 50 word bijvoorbeeld.

 

???????????????????????????????????????

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Al het andere | Een reactie plaatsen

Let’s plant that apple tree

A few days ago for over a few hundred people in the Netherlands the world fell into pieces. On this day of national mourning let’s plant an apple tree for all of them who lost their lives and for all of them who are grieving.

Today ‘my apple tree’ is the fulfillment of a promise to my youngest daughter; we –the two of us together- go to the zoo and enjoy the most amazing creatures of the planet.

Remember the dead by embracing life. Let’s plant that apple tree.

10553428_10152300723457875_8864407893215350848_n

Geplaatst in Al het andere | Een reactie plaatsen

‘we moeten wel wat doen’-stress

Het zat er al even aan te komen. Een jaar of vijf om eerlijk te zijn. Na het 45- jarig huwelijksfeest van mijn ouders, naderde de 50 jaar gestaag. En met het klimmen der jaar, steeg de ‘we moeten wel wat doen’-stress. Waren we eerst wat afwachtend ‘we moeten het nog maar zien of ze het wel halen’, sloeg dat vorig jaar april om in ‘ohhhh we hebben nog een heel jaar’.

In die ‘we moeten wel wat doen ‘-stress blijkt in de familie een onderverdeling te zitten. De eerste splitsing die al rap zichtbaar wordt, is puur genetisch bepaald: mannen versus vrouwen. Het zal geen grote verrassing zijn, dat mannen niet tot nauwelijks behept zijn met dit stresshormoon. De tweede splitsing is de verdeling tussen de ‘koude’ en ‘warme’ kant. Bij de mannelijke varianten van de koude kant ontbreekt het stresshormoon volledig. Het enige verschijnsel wat nog enigszins waarneembaar is en bij enige vorm van gevoel in de buurt komt, is de uitspraak: ‘oh, is het volgende week al?’.

Bij de mannelijke afvaardiging aan de warme kant is een ander fenomeen zichtbaar. Het ‘struisvogel’-fenomeen. Dit fenomeen laat zich het best omschrijven als ‘ik heb geen facebook dus ik weet van niks’ (broer Michiel), ‘ik vind alles best’ (Michiel) en ‘ik heb alleen verstand van patat bakken (ook Michiel) tot ‘mijn vrouw moet bijna bevallen (broer Arnout)’, ‘moeten we Michiel niet bij deze discussie betrekken?’ (Arnout) tot ‘ik doe alleen computer-eerste-hulp’ (ook Arnout)’.

Dan de vrouwelijk afvaardiging. Bij vrouwen is het stresshormoon in zoverre doorontwikkeld dat de koude kant in ieder geval actief reageert op de summier aangedragen suggesties van de vrouwelijk warme kant. Maar om eerlijk te zijn schoot ook dat niet erg op. Aanmoedigende berichten als ‘dat lijkt me niks’ en ‘al weer?’ smoorden elke vorm van initiatief –hoe klein ook- in de kiem.

Dan rest de warme vrouwelijke kant. In concreto mijn zus Anne-Marie en ik dus. Stilzwijgend hebben Anne-marie en ik een strijd gevoerd. Wie kan het langst op haar handen zitten? Ik heb jammerlijk verloren. Ik gaf als eerste toen. Ongeveer een maand geleden brak ik. Ik belde Annemarie op. “Mayday. Anne-Marie we moeten echt wat verzinnen. Slapeloze nachten.  Handen in het haar. Wat moeten we voor Pa en Ma verzinnen??“.

Een liedje? He bah nee hoor daar krijg ik een ‘oma-Vree-wordt-65-gevoel’ bij. Foto maken?? Nee, hebben we al gedaan met 35 en 45 jaar. Een knutselwerk? Ik krijg mijn kinderen echt zo gek niet meer hoor? Theaterbon cadeau doen dan? Al gedaan bij 40 jaar. Muziekconcert ? Nee. Daar valt mama bij in slaap. Met een bootje varen? Met 40 jaar al gehad en pa is snel zeeziek. Sowieso geen kerkdienst hoor. Al gedaan bij 25 jaar en ik vind dat echt niets. Stadsrondtour? Valt af. Al bij 45 jaar gedaan.

Uit eten dan?? Dat moet na 25 jaar toch wel weer kunnen? Zullen we gewoon weer uit eten doen? Dat is toch altijd leuk? Het is even stil aan de andere kant van de lijn. “Oke, uit eten. Maar dan deze keer niet weer bij restaurant de Hoogt hoor. Het moet wel wat anders zijn. En ohh, niet al te duur hoor want het is zo’n dure maand. En wel makkelijk toegankelijk. Dat ze zelf kunnen bepalen waar en wanneer ze aan kunnen schuiven, zeg maar. Dat is ook beter voor de rug van ma. Kunnen ze zelf bepalen wanneer het uitkomt. En ook met een menukaart waar voor beiden wat wils op staat. Dus voor pa dingen zonder kaas en voor mam lekker veel groente en aardappelen. En natuurlijk een lekker toetje.”

Gerust gesteld en vol met goede suggesties hang ik op. In de navolgende dagen ga ik druk aan de slag met mogelijke restaurantkeuzes. En dan…. valt mij oog op DE PERFECTE OPLOSSING. Het ultieme cadeau, zeg maar.

“230 filialen in Nederland waarvan een groot aantal op zgn. ‘zichtlocaties’. Merendeel beschikt over een terras. Dagelijks geopend van 7 uur ‘s morgen tot circa 23:00 ‘s avonds. Mogelijkheid om vanuit de auto van het culinaire aanbod te genieten. Brede menukaart. Goed dessert. Altijd volle restaurants dus goed eten!! En niet te vergeten de euroknallers.”

Pap, mam, Geniet er van. Van harte met jullie trouwdag en op naar de 55 jaar. En Annemarie, begin jij maar vast met nadenken wat we kunnen doen als ze 55 jaar getrouwd zijn. Het is jouw beurt.

 ————-

We speelden even met de gedachte om jullie echt naar de Mc Donald te laten gaan. Gezellig met 14 kleinkinderen. Maar natuurlijk is dat geen cadeau voor een gouden paar. Lieve pa en ma. We zijn ontzettend trots op jullie. Jullie huwelijk heeft ons een heerlijke jeugd gegeven met mooie en grappige herinneringen aan het gezinsleven en vele vakanties. Iedereen is altijd welkom in jullie huis en wordt ontvangen met een praatje, een momentje aandacht en een bakje koffie (wel zwart).

Een wereldreiziger genaamd Chris Mc Candles schreef ‘Geluk is alleen echt als het gedeeld wordt’. Dit was zijn laatst geschreven zin. De jonge man stierf in zijn eentje bij het trekken door de wildernis van Alaska in 1992. Hij krabbelde deze zin op een blad van het gehavende boek van Dokter Zhivago, dat hij bij zich had.

Pappa, mamma, jullie zijn de personificatie van deze wijze woorden. Geluk kan alleen bestaan als het gedeeld wordt. Ons cadeau sluit daar op aan. Wat is nou leuker dan met zijn tweeën uit eten gaan? Precies, met je kinderen uit eten gaan in jullie eigen stad Den Haag. We gaan er met zijn allen een gezellige avond van maken en vieren dat jullie een gouden paar zijn. Geluk is alleen echt als het gedeeld kan worden.

 

Geplaatst in Al het andere | Een reactie plaatsen

Een waar sinkhole

De Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) doet een beroep op haar leden om het controlegat aan te kaarten dat ontstaat door de decentralisatie van jeugdzorg, AWBZ en participatiewet. Maar als je er goed naar kijkt, blijkt dit niet zo maar een gaatje te zijn. Het blijkt een waar sinkhole. De controletoren die er ooit stond is verdwenen in een groot gapend gat. Gaan we met zijn allen op de buik liggen om te kijken hoe diep het gat is? 

Groter controlegat
Ans Hoenderdos, bestuurder-directeur van de Randstedelijke rekenkamer legde het haarfijn aan me uit.

“Kijk Eline”, zei ze, “wat maar weinig mensen zich realiseren is dat het geld dat wordt uitgegeven aan de AWBZ en de jeugdzorg nu voor het grootste deel onder controle staat van de Algemene Rekenkamer en de Provinciale Rekenkamers. Straks, als deze taken van de gemeente zijn, wie mag en kan er dan controleren of het geld op een goede manier wordt besteed? De meeste gemeenten gaan deze taken gezamenlijk uitvoeren in een Gemeenschappelijke regeling en ik hoef jou niet uit te leggen dat gemeentelijke rekenkamercommissies daar geen onderzoeks­bevoegdheid hebben en enkele gemeentelijke rekenkamers maar beperkt. Dus wie gaat dan al die miljoenen controleren? Het controlegat wordt steeds groter.”

Welk controleorgaan is bevoegd?
Op de terugweg naar huis laat ik het op me inwerken. Ook ik had me dit dus nog niet gerealiseerd. Opgeslokt door het werk dat de transities van de Wmo, de jeugdzorg en de participatiewet met zich mee brengt voor gemeenten, had ook ik nog niet stilgestaan bij de vraag welk controleorgaan straks bevoegd is om over de schouder mee te kijken.

Voor het geval de getallen bij u ook niet op het netvlies staan, ik heb het opgezocht. Voor jeugdzorg komt een bedrag van circa € 3,5 miljard naar de gemeenten. En voor begeleiding en persoonlijke verzorging nog eens een bedrag van € 3 miljard. Oké, we hebben het hier dus niet zomaar over een ‘gaatje’ wat met een beetje knip- en plakwerk wel weer een paar jaar mee kan.

illustratieseline

 

 

 

 

 

Maar werden er de afgelopen jaren dan ook werkelijk onderzoeken verricht naar deze beleidsvelden? Ja zeker. De provinciale rekenkamers hebben de afgelopen jaren verschillende onderzoeken verricht naar wachtlijsten, beleidsinformatie en doeltreffendheid van de jeugdzorg. En bij de Algemene Rekenkamer zijn justitiële jeugdzorg, het Centrum voor Jeugd en Gezin, mensen met chronische aandoeningen, langdurige zorg en de uitgaven van de AWBZ onderwerp van onderzoek geweest. Voor re-integratie van mensen in het arbeidsproces heeft de Algemene Rekenkamer zelfs een apart dossier geopend. Kortom, het stond de afgelopen jaren volop in de belangstelling.

Controletoren echt nodig?
Ik hoor u denken. Is een nieuwe controletoren nu wel nodig? Zadelen we elkaar niet op met een nieuwe controledrift? Moeten we straks weer nodeloos gegevens vastleggen zodat we van alles kunnen controleren? Maar laten we wel wezen. De decentralisatie biedt niet alleen de mogelijkheid om het beleid en de uitvoering opnieuw in te richten, maar ook om de controle op het beleid opnieuw vorm te geven. Wat let ons om na te denken over nieuwe effectieve verantwoording, over data-analyse, over real time onderzoeksmethoden? En is het doorgaans niet zo dat onderzoeken een trigger is om te reflecteren op keuzes die in beleid zijn gemaakt? Een trigger om de uitvoering aan te scherpen en om dilemma’s bespreekbaar te maken?

NVRR doet oproep
Het appel van de NVRR is dus zeker niet alleen gericht aan de leden van de NVRR. Het is een appel aan de gemeenteraden, aan de bestuurders en managers, aan de ambtenaren. Aan iedereen die zich inzet voor het stimuleren van leren en verbeteren binnen het openbaar bestuur. Onderzoek houdt u scherp! We hebben een controletoren nodig. Het appel van de NVRR is duidelijk: deel de brief, de uitleg via de website en/of de video met raadsleden, bestuurders, rekenkamers, onderzoekers.

We hebben vanaf heden nog 360 dagen voordat zich er een waar sinkhole in Nederland voordoet. Gaan we straks allemaal op onze buik liggen om te kijken hoe diep het gat is of gaan we het voorkomen?

Deze blog staat ook op passie voor publieke verantwoording

Geplaatst in Jeugd, Rekenkamers en rekenkamercommissies | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

De vlag van Zeeland

Op het graf van mijn oma staat een heel mooi ‘erfstuk’. Het is de vlag van Zeeland.

224Deze vlag heb ik in oktober 2010 verdiend met het lopen van de marathon van Zeeland. Trots zag ik mijn moeder die dag bij de finish zwaaien met eenzelfde vlag en trots zwaaide ik naar haar terug. We begrepen allebei wat die vlag voor ons betekende: een vlag voor een trotse Zeeuwse vrouw. Een vrouw zoals oma. Ik herinner me oma als een trotse Zeeuwse vrouw. Recht door zee. Het hart op de tong. De vlag hebben we bij haar graf geplaatst, want dat zou ze heel mooi gevonden hebben.

Morgen hoop ik weer te zwaaien met de Zeeuwse vlag bij de Zeelandmarathon 2013. Ik zwaai naar mijn oma. Een bijzondere vrouw die veel voor mij heeft betekend. Ze is de moeder van de liefste moeder ooit.

-Gedicht voor oma voorgelezen bij haar begrafenis-

Vandaag ben ik verdrietig. Vandaag ben ik trots. Ik had een oma. Een echte oma. Een oma bij wie ik logeerde toen ik klein was. Een oma die brosreepjes uitdeelde en bananen. Een oma die verse patat maakte met appelmoes. Een oma met een knakenpijp, en een snelkookpan.

Vandaag stopt een tijdperk. Het tijdperk van mijn oma. Een echte oma. Een oma met poederzuurtjes in een blikje. Een oma met een achterzijkamer. Een oma met een gebreid hoedje op de hoedenplank van de Volvo waar een wc rol onder lag. Een oma die me meenam naar Duinrell, de Pier van Scheveningen, Madurodam. Een oma die truien breide.

Vandaag ben ik trots. Trots op mijn oma. Een echte oma. Een oma die Cacney en Lacey keek. Een oma met het hart op de tong. Een oma die een echte dame was. Een oma die fier overeind bleef. Een oma van Zeeuwse komaf. Een oma die wel 93 jaar werd.

Vandaag ben ik ook trots op mijn moeder. Mijn moeder die de hand van mijn oma vast hield toen ze stierf. Die mijn oma zo liefdevol heeft verzorgd. Ik ben verdrietig. Verdrietig om alles dat was. Om alles wat nooit meer terug komt. Vandaag ben ik trots. Trots op mijn oma. Een echte oma.

 

Geplaatst in Al het andere | Een reactie plaatsen

“Ik heb gezegd” – over mensen die inspireren

Ik ben gek op tradities en rituelen. Weken voor Sinterklaas aankomt in Nederland kijk ik al uit naar het moment waarop ik met mijn kinderen voor de Hema sta (vaste stek) om naar de Sint te zwaaien. Prinsjesdag. Ik zit voor de tv om me te verwonderen over koetsen, kostuums en een koning. Het aansteken van het Olympisch vuur. Je kunt me wegdragen. Ja, zelfs de marathon van Rotterdam is niet echt als Lee Towers “you’ll never walk alone” niet heeft gezongen. Dus toen een goede vriend vertelde dat hij de leerstoel Betonconstructies aan de TU Delft had aanvaard, nodigde ik mezelf direct uit: “Wanneer is de inauguratie? Ik zit in de zaal”.

Gisteren was het zover. Voor wie nog nooit een inauguratie van een professor heeft meegemaakt, schets ik graag even het beeld. Een grote zaal vol met mensen op het universiteitscomplex, dat –hoe toepasselijk voor de TU Delft- nagenoeg volledig is opgetrokken uit beton. Maar ik ben een leek. Het zou ook makkelijk baksteen geweest kunnen zijn. De Pedel van de universiteit (uitgesproken als ‘pedél’ met de klemtoon op de laatste lettergreep) stampt met de universiteitsstaf op de grond, waarna iedereen gaat staan. Een gevolg van 40 professoren in lange toga’s schrijdt naar binnen en neemt voorin de zaal plaats. Daarna mogen we weer gaan zitten. De conrector treedt – namens de rector magnificus – naar voren en licht toe waarom Dirk Arend Hordijk de gedroomde kandidaat voor de leerstoel Betonconstructies van de TU Delft is. Uiteraard in zeer plechtige bewoordingen, maar ik kan goed tussen de regels door lezen. Hij glimt van zelfgenoegzaamheid dat Dick voor de baan is gestrikt. Daarna is het de beurt aan de professor om zijn oratie uit te spreken.

Screenshot 2013-09-22 08.22.18

De professor stapt naar voren. Om mij heen voel je de spanning in het publiek toenemen. Wat gaat hij zeggen? In 30 minuten tijd neemt de professor ons mee in de bedoeling van de leerstoel. Waarom het belangrijk is goed onderwijs te geven over betonconstructies. Waarom onderzoek naar nieuwe mogelijkheden van beton nodig is. Met mooie tekeningen en fraaie foto’s wordt het mij als leek als snel duidelijk. Beton zit echt overal! En je kan maar beter zorgen dat het ook goed is neergelegd, want anders zijn de rapen gaar. Na 30 minuten heeft de professor de taak, die voor hem ligt, haarfijn gefileerd; Beton ziet er grijs uit, maar het is het niet. Met de woorden: “Ik heb gezegd” is de oratie ten einde. Applaus valt de professor ten deel.

Zoals gezegd. Ik ben gek op tradities en rituelen. Het is plechtig. Het geeft saamhorigheid. En, het heeft ook iets gemakkelijks over zich. Je hoeft er niet veel voor te doen – oké, de marathon Rotterdam daar gelaten -. Het overkomt je als het ware. Je bent er onderdeel van en anderen regelen het verder voor je. Maar het is ook vluchtig. Op 6 december wordt Sinterklaas onbarmhartig aan de kant geschoven door de Kerstman. Op de 3e woensdag in september worden de jurken en hoedjes ongenadig bekritiseerd. De Olympische vlam dooft na 2 weken. En Dick wordt –professor of niet- straks weer ‘schijt gelopen’ door zijn hardloopgroepje. Maar toch was de oratie van Dick anders. Als je mij vraagt: “Welke mensen inspireren je?”, dan zal ik niet zeggen Obama, Nelson Mandela of lady Gaga. Nee. Het zijn gewone mensen die mij inspireren. Mensen die vol liefde en overgave zorgen voor hun gehandicapte kind. Mensen die een mooi bloeiend bedrijf weten op te bouwen. Mensen die mooi kunnen schrijven. Dat soort dingen. En mensen die bijvoorbeeld eerst wiskundeleraar waren en die -na jarenlang inzetten voor hun vakgebied- vervolgens professor worden. Zo’n professor zelfs dat een universiteit zijn deeltijdbeschikbaarheid verkiest boven iemand die fulltime beschikbaar is.

Wat ik maar wil zeggen. Het ritueel van gisteren had vandaag zomaar vervlogen kunnen zijn. Maar dat is het niet. Over betonzaken weet ik nog steeds niet veel, maar de toespraak inspireerde me met prachtige woorden als ‘vermoeiingsgedrag van beton’, liefde voor het vakgebied. Dat Dick veel weet over vermoeiingsgedrag en het voorkomen ervan, was mij op loopgebied al bekend, maar ook voor uw tuinhuisjes kunt u dus bij hem terecht. Dick is het cement dat onze loopgroep bij elkaar houdt. Ik kijk er naar dat hij ons snel weer komt inspireren en vermoeien. “Ik heb gezegd”.

Geplaatst in Al het andere | 2 Reacties

Horizontaal toezicht – “and the winner is..”

Horizontaal toezicht is een nieuwe werkwijze van de Belastingdienst. Ze sluit met de ondernemer een convenant, waarbij de ondernemer zich committeert in alle openheid te melden over welke transacties belasting betaald moet worden. Op basis vanonderling vertrouwen wordt met elkaar gesproken over pijnpunten in de belastingaangifte. Vandaag presenteerde de commissie Horizontaal Toezicht Belastingsdienst het evaluatierapport: ’Fiscaal toezicht op maat. Soepel waar het kan, streng waar het moet’. De commissie constateert ondermeer, dat de spelregels van het Horizontaal Toezicht nog niet geheel duidelijk zijn, zoals bij het begrip ‘gerechtvaardigd vertrouwen’. Hier zit mijn inziens het belangrijkste knelpunt van de nieuwe werkwijze. Hoe kan oprecht gesproken worden van ‘onderling vertrouwen’ als de Belastingdienst de toetser van diezelfde aangifte is?

Screenshot 2013-09-21 22.35.30

Kent u het televisieprogramma ‘The winner is…”? Twee zangtalenten zingen een lied, waarna ze hun eigen prestatie op de juiste waarde moeten schatten. Denken ze dat ze niet goed gezongen hebben of vinden ze de tegenstander beter, dan houden ze de eer aan zichzelf en accepteren een klein geldbedrag. Maar vinden ze zichzelf de beste zanger dan beslist een jury welk zangtalent wint en een aanzienlijk geldbedrag krijgt. Kiest de jury niet voor jou, dan krijg je niets. Win je, dan krijgt je het volle pond. Spannend, want hoe zeker ben je van je zangprestaties? En welke overwegingen heeft de jury?

Het concept van dit televisieprogramma is bedacht door John de Mol, zelf een begenadigd ondernemer. Grote kans dat hij dit idee heeft afgekeken van de Belastingdienst. Die heeft namelijk een soortgelijk concept geïntroduceerd onder de naam ‘Horizontaal Toezicht’.

De Belastingdienst constateert, dat ze niet toekomt aan een grondige controle van alle ondernemingen. Ze heeft daarom bedacht dat het gemakkelijker is als de ondernemer zelf pijnpunten in de belastingaangifte op tafel legt. In het verleden werden standpunten over transacties in de aangifte beargumenteerd en duurde het vervolgens jaren voor de Belastingdienst een uitspraak deed. Nu wordt vooraf over precaire transacties handjeklap gedaan. Dat is, in potentie, een voordeel voor de ondernemer. Elk voordeel kent echter ook een nadeel of liever gezegd een inspanningsverplichting. Voordat een convenant namelijk wordt afgesloten, stelt de Belastingdienst eisen aan het zogenoemde Tax Control Framework (TCF) van de onderneming. Hier speelt de accountant van de ondernemingen een rol. Het liefst ziet de Belastingdienst dat ze op de werkzaamheden van de accountant kan steunen.

Bedacht moet worden, dat pijnpunten ingewikkelde fiscale constructies zijn, waarbij discussie is over welk bedrag wie wanneer belastingplichtig is. De ondernemer beargumenteert, vanuit zijn eigen belang, waarom hij van mening is, dat hij geen of gedeeltelijk belasting moet betalen. De Belastingdienst toetst, vanuit zijn eigen belang, de steekhoudendheid van deze argumenten. Een belangrijk kenmerk van vertrouwen is de verwachting dat de ander jouw belang niet schaadt. Als beide partijen een tegengesteld belang hebben wordt dit lastig. Daarnaast is het, voor het ontstaan van vertrouwen, belangrijk dat de ander voorspelbaar gedrag vertoont. De onzekerheid over het handelen van de Belastingdienst als uiteindelijke toetser, blijft aanwezig.

Het is dus aan de ondernemer om te bepalen waar hij beter aan doet; De transactie niet melden met het risico, dat naderhand alsnog een aanslag wordt opgelegd en dit dus een grote som geld kost. Maar tegelijkertijd een reële kans hebben, dat de transactie niet wordt ontdekt. Of de transactie wel melden en hopen zijn argumentatie steekhoudend is, zodat hij geen belasting hoeft te betalen. De ondernemer is hierbij ongewis van de overwegingen van de Belastingdienst. Maar hij loopt ook het risico, dat hij alsnog belasting moet betalen als de argumentatie onvoldoende is. Wat doet u ondernemer? Deal or no deal???

Geplaatst in Accountancy | Een reactie plaatsen

Elvis has left the building

Het nieuws over het vertrek van Deloitte topman Piet Hein Meeter zal u vast niet zijn ontgaan. Tenminste, als u accountant bent. In alle andere gevallen zult u uw schouders hebben opgetrokken en gedacht hebben “zie je wel, het is ook altijd wat met die dure accountants”. Realiseert u zich dat deze laatste groep mensen een paar miljoen Nederlands betreft? Zie hier de treurnis van het nieuwsbericht.

Screenshot 2013-09-21 22.33.26

Sinds januari 2012 was Piet Hein Meeter, als fiscalist, CEO van een van de grootste accountantskantoren van Nederland. Uiteraard leverde het gesprekstof op of een fiscalist wel voldoende doordrongen is van de lastige positie waarin accountants zich tegenwoordig bevinden; rechtszaken tegen accountantskantoren, de AFM die in de nek hijgt, aanpassingen van de wet op het accountantsberoep. Zwaar weer wordt er gemompeld en dan juist een fiscalist aan het roer. Het gemompel is verstomd. Deloitte heeft in goed overleg met Meeter besloten dat hij aftreedt. De concurrenten lachen in hun vuistje. Maar wat is hier aan de hand?

Helemaal duidelijk is het nog niet, maar Meeter heeft tegen de regels in financiële belangen in een organisatie waarvoor Deloitte de accountantscontrole verricht. Met andere woorden, naar alle waarschijnlijkheid had Meeter in het kader van zijn pensioenopbouw aan zijn vermogensbeheerder gevraagd zijn zuur verdiende centen te beleggen. En die beste vermogensbeheerder heeft dat gedaan in een fonds dat door Deloitte wordt gecontroleerd. Als reactie op het aftreden van Meeter heb ik hier en daar al een instemmend ‘hear, hear’ gehoord. Maar de vraag rijst: Hoe erg is dit nou?

De regels om de onafhankelijkheid van accountants te waarborgen zijn de afgelopen jaren steeds verder aangescherpt, omdat beroepsgenoten zich lieten leiden door eigen belang. Ze bleken manipuleerbaar, gevoelig voor de druk van anderen, voor de druk van geld, van macht. Aangezien dit voor de vertrouwenspositie van de accountant niet wenselijk is, zijn strenge regels bedacht. De accountant mag geen financiële belangen hebben in de cliënten die hij controleert. Maar, door alle schandalen en de gehavende positie van de accountant, is hier een schepje bovenop gedaan. Niet alleen de accountant die de cliënt controleert moet onafhankelijk zijn. Ook al zijn honderden collega-vennoten, die hij vermoedelijk niet eens allemaal van naam kent, mogen geen enkele financiële verbintenis hebben met diezelfde cliënt. En zie hier de nu ontstane situatie.

Deloitte acht zo een zware maatregel nodig om aan de buitenwereld te laten zien dat ze geen concessies doet aan onafhankelijkheid. Natuurlijk had Meeter, als topman, beter moeten weten. Anderzijds, Meeter is geofferd voor een fundamentele weeffout in het accountantsberoep. Zolang de accountant betaald wordt door degene die hij wordt geacht te controleren, zijn pleisters nodig om te buitenwereld er van te verzekeren dat de accountant onafhankelijk is. Het pleistertje is geplakt, maar de weeffout blijft. Helaas levert deze ‘zelfreinigende’ maatregel van Deloitte alleen maar slechte publiciteit op voor accountants. Een paar miljoen mensen snapt hier namelijk geen bal van.

Elvis has left the building. En het publiek blijft vertwijfeld achter.

Geplaatst in Accountancy | Een reactie plaatsen

De accountant 3.0 is een vrouw

Op de TUACC bijeenkomst van 29 februari, werd een vlammend betoog gehouden over de accountant 3.0. Zoals gebruikelijk met releases, heeft de accountant 3.0 meer functionaliteiten dan zijn voorgangers.

De accountant 3.0 kan, naast het controleren van een jaarrekening en het herkennen van de basisprincipes van automatisering, communiceren! En, de accountant 3.0 weet wat het is om toegevoegde waarde te leveren.

Screenshot 2013-09-21 22.29.57

Gisteren was het internationale vrouwendag. De pluspuntjes van vrouwen op de arbeidsmarkt worden op deze dag in de media breed uitgemeten. Met het motto ‘brood en rozen’ wordt het arbeidsethos van vrouwen gekoppeld aan een lieflijke, mooie bloem met hier en daar een stekel. Toen ik dit op mij in liet werken, kwam het binnen als een donderslag. De accountant 3.0 is een vrouw!

De accountant 1.0 lijkt een uitstervend ras. De accountants 2.0 heeft de toekomst. De accountant 2.0 is behept met de rationaliteit dat de automatisering doordendert. Hij heeft het vermogen om vernieuwing in gang te zetten. Hij begrijpt, dat alleen nadenken over integratie van IT in de controle-aanpak niet voldoende is, maar dat er een aanpak voor de praktijk moet komen. Hij weet dat data-analyse mogelijkheden biedt om integrated audit om te zetten in continuous audit. Maar het blijven accountants 2.0. De aanwijzingen daarvan zijn subtiel, maar voor vrouwen niet te missen.

De accountant 3.0 kan communiceren. Ik hoef natuurlijk geen pleidooi te houden, dat communiceren bij uitstek het domein is van vrouwen. Communiceren is meer dan alleen praten, zenden. Communiceren is ook signalen opvangen. Iets begrijpen zonder dat het wordt gezegd. Vooraf bedenken hoe de ontvanger de boodschap zal interpreteren. Op de TUACC bijeenkomst zijn veel helden genoemd door sprekers, maar geen van de helden was een vrouw. Erg ongevoelig voor, het overigens kleine aandeel, vrouwen in de zaal. Er werd gesproken over rokjesdag voor accountants, maar de tempratuur in de zaal was afgestemd op driedelig maatkostuum. Zeker niet op frisse, fleurige rokjes. En waarom spaken alleen mannen over hervorming in het accountantsberoep? Hebben de vrouwen geen goede ideeën? Of communiceren vrouwen hierover op een andere manier?

Het leveren van toegevoegde waarde, zit in het DNA van vrouwen ingebakken. Toegevoegde waarde leveren is weten wat en wanneer iets te doen of te laten, zodat een ander kan excelleren. Er zorg voor dragen dat een ander waarde kan genereren, zijn werk beter zal doen. De CFO, die de TUACC bijeenkomst opvrolijkte met een mooi betoog over zijn visie op de accountant, noemde het in een bijzin. Maar de vrouwen hebben het gehoord. De crux van zijn verhaal was, dat hij alleen bij de bijeenkomst kon zijn, omdat zijn vrouw in zijn plaats hun zoontje van de voetbal haalde. De toegevoegde waarde werd door zijn vrouw geleverd.

En dan, tot slot, het bepleite kritische vermogen van de accountant 3.0. Je zou wel kunnen zeggen, dat vrouwen daar wel een beetje minder van mogen hebben: “Mijn haar zit vandaag niet goed’ of “Die rok kleedt niet zo best af”. Ach, u kent het wel.

Kortom, ik heb goed opgelet en ik weet het zeker. De accountant 3.0 is een vrouw! Communiceren, toegevoegde waarde creëren en kritisch vermogen aan de dag leggen, dat is bij uitstek het domein van vrouwen.

Geplaatst in Accountancy | Een reactie plaatsen

My lucky day

Soms tref je het gewoon. En vandaag was zo’n dag. Na afgelopen vrijdag 34 kilometer gelopen te hebben (als voorbereiding van de Zeelandmarathon op 5 oktober), moet je toch wat met je zondagmorgentraining. Laat ik eens een wedstrijdje meepakken, bedacht ik mij. En het liefst lekker dichtbij. Het werd de Geuzenloop in Vlaardingen. 15 kilometer langs een prachtig parkoers door de Broekpolder en langs de Vliet. Dat leek me wel wat.

Na de gebruikelijke gang van zaken bij de inschrijving, begaf ik mij naar de tafel waar ik mijn startnummer kon halen. En toen gebeurde het! My lucky day. “Wat is dat Vsen?”, vroeg de mevrouw achter de inschrijftafel. “Dat is de leeftijdscategorie Dames Senioren!”, zei ik. “Welke sticker moet ik dan op het startnummer plakken??”, vroeg ze. De gele sticker dus. Ik mompelde nog dat ze blijkbaar nog niet veel gele stickers had uitgedeeld vandaag. En dat beaamde ze. Ik was de eerste: “Weer wat geleerd”, aldus de mevrouw. En ik dacht “PLING. Dan heb ik dus een kans vandaag! Weinig tegenstand“. Dat ‘weinig’ bleek nog een eufemisme.

Bij de start keek ik rond of ik nog wat verdwaalde leden van mijn atletiekvereniging zag. En ja hoor. Voor mijn neus stond Arjan. We wisselden onze race-strategie uit. Eline: 1 uur 15. Arjan: 1 uur 20. ‘Daar heb ik dus ook niet veel aan vandaag’, dacht ik hardvochtig. Maar wat ik nog niet wist: het was ‘my lucky day’.

Het startschot ging. Als een komeet vlogen we richting Maasland. Arjan in mijn kielzog. Strak 5 minuten per kilometer. Tot 9 kilometer bleef Arjan plakken. Toen gaf hij het op. Verwacht van mij  geen spannende verslaglegging van mijn heftige strijd met nummer 2 en 3. Nee hoor. Moederziel alleen liep ik naar de finish alwaar ik te horen kreeg dat ik notabene 1e Dames Senior was! En of ik even op de prijsuitreiking bleef wachten. U raadt het al. ik was niet alleen 1e vandaag. Ik was ook de enige. Lucky me! Een mooie bos bloemen en mijn prijzengeld dubbel en dwars terugverdiend. Blij toe ga ik met een respectabele eindtijd van 1:15:05 (netto eindtijd: 1:14:55) de boeken in als 1e bij de dames Senioren 2013.

My lucky day

Geplaatst in Al het andere | 1 reactie